We lijken Rusland de laatste tijd vooral te kennen als een land dat zich in het buitenland roert. Interventie in Syrië, digitale inmenging in Amerikaanse verkiezingen, bezetting van de Krim – om enkele opvallende acties te noemen. En uiteraard de invasie in Oekraïne. Minder horen we over de Russische economie, waar het bepaald niet florissant mee gesteld is. In hoeverre er een verband is tussen het één en het ander is uiteraard speculeren. Wat we wel kunnen doen is ons een beeld proberen te vormen van de relatieve staat van Ruslands economie.

Een regionale macht

Rusland is qua oppervlak veruit het grootste land ter wereld. Het is 1,7 keer zo groot als nummer twee, Canada. Toch maakte voormalig president van de Verenigde Staten Barack Obama eens de opmerking dat Rusland hooguit een regionale macht is. Hij doelde uiteraard niet op de geografische omvang van Rusland, maar op de economische prestaties. Die worden doorgaans gemeten met het bruto binnenlands product (bbp). Op het internet zijn diverse bbp-lijstjes te vinden, samengesteld door gerenommeerde instellingen als het IMF en de Wereld Bank. Die lijstjes bevestigen de opmerking van Obama. Het bbp van Rusland ligt ergens tussen dat van Italië en Spanje en is nauwelijks groter dan de economieën van Nederland en België bij elkaar.

Ruslands gemiddeld inkomen

Nu zeggen dit soort lijstjes weinig over de Russische welvaart. Daarvoor zou je moeten kijken naar het inkomen per hoofd van de bevolking, dus naar het gemiddelde inkomen. Ook daarover zijn lijsten ter beschikking, opgesteld door de eerder genoemde instellingen. Rekening houdend met het prijspeil in de diverse landen blijkt onder andere dat het gemiddeld inkomen in Rusland de helft is van het Nederlandse. Dat is toch wel een wrange constatering voor de Russen. Waarom moet een land met een goed opgeleide beroepsbevolking en met grote hoeveelheden natuurlijke hulpbronnen tegen zo'n welvaartskloof ten opzichte van westerse landen aankijken?

Waar blijft de Russische groei?

Nog sprekender wordt het als we dit soort cijfers in historisch perspectief zetten. Hoe heeft de welvaart zich na 1991 ontwikkeld, het jaar waarin de voormalige Sovjet-Unie uiteenviel? Dan blijkt dat bijna alle landen 'aan de rand' van de oude Sovjet-Unie het beter tot veel beter hebben gedaan dan Rusland zelf. Om maar te zwijgen van een ex-Oostblokland als Polen. Landen als Armenië, Georgië en niet te vergeten de Baltische landen hebben na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hun gemiddeld inkomen veel harder kunnen laten groeien dan Rusland. En weer de vraag: waarom lukt het Rusland, met in bepaalde opzichten toch een goede uitgangspositie, niet om de eigen economie op een hoger niveau te krijgen?

De rol van instituties

Economen hebben de laatste tijd meer oog gekregen voor de invloed van instituties, het geheel van instellingen, regels en gewoontes in een land. Befaamd is het voorbeeld van Noord- en Zuid-Korea. Sinds de opdeling in 1948 is Zuid-Korea uitgegroeid tot één van de rijkste landen ter wereld, Noord-Korea behoort tot de armste landen ter wereld. En dat terwijl de Koreanen dezelfde historische  en culturele achtergrond, dezelfde taal en dezelfde geografische omstandigheden delen. Veel economen verklaren het economische verschil tussen deze twee landen met het verschil in instituties, anders gezegd door een verschil in formele en informele organisatie.

Een aantal Russische instituties is redelijk op orde. Zo lijkt er een onderwijssysteem te zijn dat goed toegankelijk is. Ook is er een redelijk functionerend financieel systeem met een munteenheid waarin burgers (in elk geval tot voor kort) vertrouwen hadden. Veel problematischer lijkt het gesteld met de ondernemings- en politieke vrijheid en met het rechtssysteem. Rusland is bepaald geen open samenleving, met een vrije informatievoorziening. Verder lijkt het rechtssysteem via corruptie en nepotisme een kleine elite te bevoordelen.

'Het einde van de geschiedenis'

Hier moeten we ook naar de recente geschiedenis kijken. Dertig jaar geleden stortte de centraal geleide economie van de Sovjet-Unie in. De Amerikaanse auteur Francis Fukuyama riep het einde van de geschiedenis uit. Rusland zou ook kapitalistisch worden. Westerse economen gingen zich ermee bemoeien en probeerden de Russen te vertellen hoe je een markteconomie kon organiseren. Dat ging niet op alle fronten goed. Zo was de overgangsperiode de tijd dat de zogenaamde oligarchen hun slag konden slaan. Tijdens de liberalisering konden ze voormalige staatsbedrijven tegen een prikje opkopen. Daarbij werden ze vaak beschermd door oude of nieuwe machthebbers, dat liep nog wat door elkaar heen. Mede door dit soort onvolkomenheden heeft in Rusland nooit een soepel werkend marktsysteem vrij van corruptie kunnen ontstaan.

Tot slot

Uiteindelijk wordt de gewone Rus door de gebrekkige organisatie van de economie ernstig tekort gedaan. Gegeven de basis, een goed opgeleide beroepsbevolking en voldoende natuurlijke hulpbronnen, is er geen reden waarom Rusland half zo welvarend als Nederland zou moeten zijn. Dat dit wel het geval is, wijten veel economen aan zaken als het repressief politiek klimaat en een falend rechtssysteem.