Op Prinsjesdag 2026 presenteerde het kabinet de fiscale plannen voor 2027. Een aantal van deze voorstellen kan direct of indirect gevolgen hebben voor uw lijfrente, jaarruimte, pensioenopbouw en belastingvoordeel.
Vooral voor mensen met een hoger inkomen of een pensioentekort kunnen de wijzigingen relevant zijn. Zo wil het kabinet het maximale inkomen waarover fiscaal gefaciliteerd pensioen en lijfrente kan worden opgebouwd langer bevriezen. Ook veranderen de tarieven van de inkomstenbelasting.
Belangrijk: het gaat om voorstellen uit het Belastingplan 2027. De Tweede en Eerste Kamer moeten de plannen nog goedkeuren. Tijdens de behandeling kunnen wijzigingen plaatsvinden.
Maximaal pensioengevend inkomen blijft € 137.800
Een van de belangrijkste voorstellen voor lijfrente en pensioen is de bevriezing van het maximale pensioengevende inkomen.
In 2026 ligt deze grens op € 137.800 bruto per jaar. Het kabinet stelt voor om dit bedrag ook van 2027 tot en met 2032 niet te verhogen. Normaal gesproken wordt deze grens periodiek aangepast aan de loonontwikkeling.
Dat is vooral relevant wanneer uw inkomen hoger is dan € 137.800.
Over het inkomen boven deze grens kunt u binnen de reguliere fiscale regels niet onbeperkt pensioen of lijfrente opbouwen met belastingvoordeel. Wanneer uw salaris de komende jaren stijgt, maar de grens van € 137.800 gelijk blijft, kan dus een steeds groter deel van uw inkomen buiten de fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw vallen.
Volgens het kabinet krijgen in 2027 ongeveer 280.000 mensen met deze aftoppingsgrens te maken. Door stijgende lonen kan dat aantal richting 2032 verder oplopen.
Wat betekent dit voor uw lijfrente?
Bouwt u via uw werkgever minder pensioen op dan fiscaal mogelijk is? Dan kunt u mogelijk jaarruimte hebben. Niet-benutte jaarruimte uit eerdere jaren kan onder voorwaarden als reserveringsruimte worden gebruikt voor een aanvullende lijfrentestorting.
Een bevriezing van de inkomensgrens betekent niet automatisch dat u meer of minder jaarruimte krijgt. Uw daadwerkelijke jaarruimte hangt onder andere af van uw inkomen en de pensioenopbouw via uw werkgever.
Juist daarom kan het interessant zijn om opnieuw te laten berekenen hoeveel fiscale ruimte u daadwerkelijk heeft.
Tarieven inkomstenbelasting veranderen in 2027
Volgens de huidige voorstellen veranderen ook de tarieven in box 1.
Voor mensen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, worden voor 2027 de volgende tarieven voorgesteld: 36,23% in de eerste schijf, 38,16% in de tweede schijf en 49,5% in de hoogste schijf. Het hoogste tarief blijft daarmee gelijk. De grens waarboven het tarief van 49,5% geldt, blijft volgens het voorstel op € 78.426.
In 2026 geldt het hoogste tarief eveneens vanaf € 78.426.
Wat betekent dit voor een lijfrentestorting?
Heeft u voldoende jaarruimte of reserveringsruimte? Dan mag u een storting in een kwalificerende lijfrente onder voorwaarden aftrekken van uw inkomen in box 1.
Hoe groot het fiscale voordeel daarvan is, hangt af van uw persoonlijke situatie, waaronder uw belastbare inkomen en de hoogte van uw beschikbare jaarruimte.
Voor mensen met een inkomen boven € 78.426 kan een lijfrentestorting ertoe leiden dat een deel van het inkomen dat anders in de hoogste belastingschijf valt, wordt verlaagd. De exacte uitkomst verschilt per persoon.
Grens hoogste belastingtarief blijft € 78.426
Normaal gesproken worden belastinggrenzen aangepast. Voor 2027 stelt het kabinet echter voor om het aangrijpingspunt van het hoogste tarief op € 78.426 te houden. Het toptarief blijft 49,5%.
Wanneer inkomens ondertussen stijgen, kan daardoor bij sommige mensen een groter deel van het inkomen in de hoogste belastingschijf terechtkomen.
Heeft u een hoger inkomen én beschikbare jaarruimte of reserveringsruimte? Dan kan het daarom extra relevant zijn om te bekijken welke fiscale ruimte u nog niet benut.
Geen versnelde stijging van de AOW-leeftijd
Eerder lag er een voornemen om de koppeling tussen de levensverwachting en de AOW-leeftijd aan te passen, waardoor de AOW-leeftijd in de toekomst sneller zou kunnen stijgen.
Op Prinsjesdag 2026 maakte het kabinet bekend dat deze voorgenomen één-op-éénkoppeling uit de begroting wordt gehaald.
De reeds vastgestelde AOW-leeftijd verandert hierdoor niet. Voor 2027 bedraagt deze 67 jaar. Vanaf 2028 is de vastgestelde AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden.
Voor de planning van een lijfrente-uitkering blijft uw persoonlijke AOW-leeftijd belangrijk, omdat fiscale regels rond de ingangsdatum en looptijd van een lijfrente hiermee samenhangen.
Lijfrente en box 3: een belangrijk verschil
Ook box 3 blijft volop in beweging. Het kabinet streeft ernaar om vanaf 1 januari 2028 een nieuw stelsel in te voeren waarin het werkelijke rendement een grotere rol speelt. Voor 2027 blijft het huidige overgangsstelsel van toepassing.
Voor lijfrente is daarbij een belangrijk onderscheid van toepassing.
Een lijfrente die aan de fiscale voorwaarden voldoet en in box 1 valt, hoeft tijdens de opbouw niet als regulier vermogen in box 3 te worden opgegeven.
Dat kan met name bij een groter vrij belegbaar vermogen relevant zijn. Geld dat u regulier spaart of belegt kan immers onderdeel zijn van uw box-3-vermogen, terwijl voor een fiscaal kwalificerende lijfrente andere regels gelden.
Daar staat tegenover dat het vermogen in een lijfrente niet vrij beschikbaar is. Er gelden fiscale voorwaarden voor de inleg, de looptijd en de uiteindelijke uitkering. Wordt niet aan deze voorwaarden voldaan, dan kunnen fiscale gevolgen ontstaan.
Heeft u nog jaarruimte of reserveringsruimte?
De veranderingen rond Prinsjesdag maken één vraag opnieuw relevant:
Benut u de fiscale mogelijkheden voor uw pensioenopbouw die bij uw persoonlijke situatie passen?
Misschien bouwt u via uw werkgever minder pensioen op dan u denkt. Misschien heeft u jaarruimte uit 2026. Of wellicht heeft u uit eerdere jaren nog niet-benutte jaarruimte die via uw reserveringsruimte kan worden gebruikt.
De specialisten van Trustus kunnen samen met u bekijken hoe uw huidige situatie eruitziet en welke mogelijkheden er zijn voor het opbouwen van aanvullend pensioen met een lijfrente.
Heeft u al een lijfrente, bankspaarrekening of lijfrentebeleggingsrekening? Dan kan ook worden bekeken hoe deze aansluit op uw huidige situatie.
Belangrijk om te weten
Een lijfrente kan fiscale voordelen bieden, maar kent ook voorwaarden en risico’s.
- Het geld in een lijfrente is in principe niet vrij opneembaar.
- Voor stortingen en uitkeringen gelden fiscale voorwaarden.
- De hoogte van uw jaarruimte en het belastingvoordeel zijn afhankelijk van uw persoonlijke situatie.
- Wordt binnen de lijfrente belegd, dan kan de waarde van uw beleggingen stijgen én dalen. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen.
- Fiscale regels kunnen in de toekomst wijzigen.
- De plannen uit het Belastingplan 2027 zijn nog niet definitief en kunnen tijdens de parlementaire behandeling veranderen.
Laat daarom altijd beoordelen welke mogelijkheden bij uw persoonlijke situatie passen.
------------------------
Wilt u weten welke mogelijkheden u heeft? Vul dan onderstaand formulier in.
Wij nemen vervolgens vrijblijvend contact met u op.